InseCten

Insecten (Insecta) zijn zespotige, ongewervelde dieren. Alle insecten hebben een driedelig lichaam (kop,borststuk,achterlijf) dat omgeven is door een hard, chitineus exoskelet. Veel insecten ondergaan tijdens hun ontwikkeling drastische veranderingen in lichaamsvorm. Sommige insecten spelen een directe rol in het leven van de mens, bijvoorbeeld bij het overbrengen van ziekten, door het opeten van de oogst, maar ook door de bestuiving van voedingsgewassen en de productie van honing of zijde. In veel culturen zijn insecten een belangrijke bron van voedsel. 

Insecten zijn er in alle vormen en maten, rond of langwerpig, kruipend of vliegend, en van goed gecamoufleerd tot felgekleurd. Er zijn ongeveer 5000 libellensoorten, 20.000 sprinkhanensoorten, 170.000 vlindersoorten, 82.000 wantssoorten, 120.000 vliegensoorten en 110.000 bijen- en wespensoorten. De kevers zijn de grootste groep met minstens 350.000 soorten. Met name van de vliegen, de vliesvleugeligen en de vlinders zouden de werkelijke soortenaantallen nog weleens enorm veel hoger kunnen liggen.


Kevers & Wantsen

Kevers verschillen van alle andere insecten door de voorvleugels die veranderd zijn in harde schilden. Kevers vormen de grootste orde van de insecten en zijn vanwege het wereldwijde voorkomen en de enorme soortenrijkdom een van de weinige insectengroepen die bij het grote publiek bekend zijn.  Verschil tussen wants en kever

Wantsen verschillen in vormen en afmetingen. Er komen wel 617 soorten voor in Nederland.  Wantsen zijn over het algemeen platter dan kevers, toch zijn ze relatief makkelijk herkenbaar aan de driehoekige vorm op hun borstgedeelte.


Bijen & Hommels

Hommels en bijen behoren tot dezelfde familie, namelijk de Aphidae (familie: bijen en hommels). Hierdoor lijken ze behoorlijk op elkaar. Toch zijn er een aantal duidelijke verschillen tussen hommels en bijen. Hommels zijn namelijk groter en hebben meer haar op hun lichaam. Dit maakt ze beter geschikt voor bestuiving dan bijen. Verder produceren hommels, in tegenstelling tot bijen, geen honing. 


Vlinders

Vlinders is na de orden van de vliesvleugeligen, de tweevleugeligen en de kevers, de grootste insectenorde binnen het dierenrijk: er zijn ongeveer 160.000 beschreven soorten. Vlinders leven in uiteenlopende biotopen: van koude toendra's tot woestijnachtige gebieden. De meeste soorten leven in tropische of subtropische gebieden. In het Nederlands Soortenregister staan van de 18.000 inheemse Nederlandse insectensoorten ruim 2200 soorten als vlinder geregistreerd

Dagvlinders zijn meestal geliefd vanwege hun bonte kleuren. Sommige soorten nachtvlinders, zoals de kleermot, zijn vanwege hun schadelijkheid gevreesd of gehaat. Verreweg de meeste vlinders worden beschouwd als onschuldige en nuttige diertjes omdat ze bestuivers zijn die niet kunnen steken of bijten.

 

Rupsen zijn de larven van vlinders. De rupsen van de meeste vlinders voeden zich met planten en sommige soorten kunnen daarbij grote schade aan gewassen aanrichten. De rupsen van vlinders worden gegeten door veel andere dieren. 


Libellen & Juffers

Juffers hebben een lang, dun achterlijf. In tegenstelling de tot echte libellen hebben de vleugels van juffers alle vier dezelfde vorm. De vleugels worden in rust meestal langs of boven het achterlijf samengeklapt. De ogen zijn gevormd als een halve bol en zijn geplaatst aan de zijkanten van de kop. Bij juffers raken de ogen elkaar niet.